Dijkman & van Doorn | notariaat-estate planning

De kunst van het nalaten

Inbreng en inkorting van giften

Wie een schenking of andere gift krijgt, hoeft deze in beginsel niet ‘in te brengen’ in de nalatenschap van de schenker. Dat betekent dat de waarde van de gift niet in mindering komt op het erfdeel van degene die de gift heeft gekregen. Anders gezegd, de gift wordt niet beschouwd als een ‘voorschot op de erfenis’.

Wanneer moet een gift wél worden ingebracht?

In sommige gevallen moet de gift (althans de waarde daarvan) wél worden ingebracht in de nalatenschap. Namelijk als de schenker dat heeft bepaald toen hij de gift deed of als de schenker dat in zijn testament heeft bepaald. Zelfs van een gift waarvan bij de schenking niet was bepaald dat zij ingebracht moet te worden, kan de schenker in zijn testament alsnog bepalen dat zij toch wél ingebracht moet worden. Het omgekeerde kan ook: de schenker kan een eerder opgelegde inbrengplicht in zijn testament ongedaan maken (art. 4:229 lid 2 BW).

Giften die vóór 1 januari 2003 (onder het “oude erfrecht”) zijn gedaan, moeten in beginsel ook worden ingebracht (art. 139 Overgangsweg Nieuw BW). Al geldt ook hiervoor dat een erfgenaam bij testament van die verplichting kunnen worden vrijgesteld.

De wet (art. 4:233 lid 1 BW) omschrijft wat inbreng inhoudt:

Verplichting tot inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap de waarde van de gift in mindering komt van het aandeel van de tot inbreng verplichte erfgenaam in het hem en de erfgenamen, te wier behoeve de inbreng verplicht is, uit de nalatenschap toekomende gedeelte, vermeerderd met de onderling in te brengen bedragen. (…)

Overigens hoeft een begiftigde nooit méér in te brengen dan zijn erfdeel (art. 4:233 lid 2 BW). Het berekenen van de gevolgen van inbreng kan een ingewikkelde rekenkundigde exercitie zijn. Bij twijfel of discussie raadpleegt u liefst een deskundige op dit gebied.

Geen inbreng, wel inkorting!

Ook een gift die niet hoeft te worden ingebracht in de nalatenschap, kan worden ingekort. ‘Inkorting’ betekent dat een legitimaris (dat is een afstammeling die aanspraak kan maken op zijn legitieme portie, bijvoorbeeld een onterfd kind) aan de begiftigde verklaart dat hij (een gedeelte van) zijn legitimaire vordering van de begiftigde wil ontvangen. De begiftigde moet dan de waarde van het ingekorte deel van de gift aan de legitimaris vergoeden (art. 4:90 lid 1 BW).

Voorbeeld

Vader is weduwnaar en heeft twee kinderen, Klaas en Piet. Hij schenkt zijn gehele vermogen, € 100.000, kort voor zijn overlijden aan Klaas. Hij heeft nog een zoon, Piet. Die erft de helft van nul, ofwel nul. Piet maakt aanspraak op zijn legitieme portie. Zijn legitimair tekort is 1/4 van € 100.000, ofwel € 25.000. Dit bedrag kan hij inkorten bij zijn broer.

Wie een gift krijgt, moet er dus rekening mee houden dat hij bij het overlijden van de schenker gedwongen kan worden om de waarde daarvan (gedeeltelijk) te vergoeden aan een legitimaris.

Deze inkortingsregel lijkt vreemd, maar is eigenlijk best logisch. Want zonder deze regel zou het heel gemakkelijk zijn om de legitieme portie te omzeilen. Iemand die één van beide kinderen wil onterven, zou dan op zijn sterfbed al zijn vermogen aan zijn andere kind kunnen geven. Dankzij deze regel kan het onterfde kind die schenking inkorten.

Wie een testament maakt, kan daarin bepalen welke verkrijgingen uit zijn nalatenschap als eerste moeten worden ingekort. Hij kan niet bepalen dat eerst op giften moet worden ingekort en pas daarna op verkrijgingen uit zijn nalatenschap (art. 4:89 lid 1 BW).

Andere betekenis van ‘inbreng’

Het woord ‘inbreng’ kan nog een andere betekenis hebben, namelijk bij een ‘legaat tegen inbreng’. Degene die het legaat krijgt (bijvoorbeeld een woning), is dan verplicht om de waarde daarvan aan de nalatenschap te vergoeden. Hij ‘koopt’ dus als het ware de woning uit de nalatenschap. Al is er juridisch gezien geen sprake van ‘koop’, maar van een verkrijging ten titel van legaat. Dat is onder meer van belang voor de overdrachtsbelasting.

Tot besluit

De wettelijke regels voor inkorting door een legitimaris zijn behoorlijk ingewikkeld. Als u als legitimaris wilt overgaan tot inkorting, laat u zich dan goed adviseren door een notaris of advocaat die is gespecialiseerd in het erfrecht. Wordt u als erfgenaam, legataris of begiftigde geconfronteerd met een vordering tot inkorting, dan geldt hetzelfde.